Maar mijn school is geen film. En als
het wel een film was dan liep het slecht af.
Ik zat erover te denken om Hongerige
Wolf te vragen of hij galgje wilde spelen met mij. Het woord zou dan
'luduvudu' zijn en het zou te lang duren voordat hij het zou raden.
Terwijl ik mij dat bedacht pakte ik
mijn spullen uit en probeerde deze enigszins geordend op tafel te
deponeren.
Ik probeerde rustig te blijven. Dat is
moeilijk voor iemand als ik.
Voor Hongerige Wolf duurde het
natuurlijk alweer veel te lang, en hij stond in mijn nek te hijgen of
het een lieve lust was. 'Ben je al klaar?' vroeg, of ik bedoel: hijgde
hij.
'Ja, bijna' zei ik en ik werd toch
zenuwachtig. Want zo ben ik.
Ik pakte mijn map erbij en vertelde
over mijn project. 'Je haar is rood' zei Hongerige Wolf.
'Weet ik' zei ik 'Geverfd'.
'Moet het niet gewoon blauw zijn?' zei
de Hongerige.
'Nee' zei ik, terwijl hij door ratelde
'dan moet je het eerst blond maken...en dan blauw verven'.
'Weet ik' zei ik.
Hij bekeek mijn werk en slaakte
lyrische kreten. Dat doet hij altijd. Als ik niet oppas raakt hij me
nog aan ook. Ik bedoel, dan spreid hij zijn armen uit en probeert mij
daarin te vangen. Of hij gooit een arm over mij heen en trekt mij
naar zich toe.
Dat is wat mijn werk bij hem losmaakt. Blijkbaar.
Dat is wat mijn werk bij hem losmaakt. Blijkbaar.
Maar die aanrakerij, daar moet ik niets van hebben natuurlijk.
Daarom ben ik in zijn aanwezigheid altijd in staat van absolute
paraatheid. Als het moet, kan mijn reflex dan sneller zijn dan het
licht.
En het licht is snel hoor, kan ik u vertellen, zeker dat
licht van tegenwoordig. Man, man, man wat is dat licht snel. Ik hou het bijna niet bij!
Hij vroeg of ik het tijdschrift
'Interview' kende van Andy Warhol.
'Nee' zei ik. 'Ik heb er nog een paar
liggen' zei hij.
Wat loop je nou stoer te doen, dacht
ik.
'Andy Warhol' vervolgde hij 'Die was
net zo bang als jij'.
'Oh, nou, dat is fijn om te weten'.
'Weet je hoe Andy Warhol is overleden'
zei de Hongerige met een beestachtige blik in zijn ogen.
Is dit een strikvraag, dacht ik.
'Aids' zei ik.
'Nee, een blindedarmontsteking'.
'Nee, een blindedarmontsteking'.
'Ah, dat heb ik ook gehad, ik was bijna
dood!' riep ik, plotseling verheugd omdat het over iets macabers
ging.
'Dat is nou jouw band met Warhol' zei de
Hongerige berustend.
Een uurtje later liep ik over straat.
'Het is hier net een tentenkamp van
beton' zei Herman den Blijker in mijn hoofd.
In de verte zag ik Dr. Fellatio aan
komen lopen.
©
Jiska de Vries 2012
Geen opmerkingen:
Een reactie posten