'Zullen we even lekker samen gaan
ontpolderen?' vroeg hij die tegenover mij zat.
'Hé
ja, lekker' zei ik.
'Bij jou of bij mij?' vroeg hij.
'Bij mij' antwoordde ik zonder blikken
of blozen.
We stonden op en liepen richting mijn
huis.
Op de straatstenen waren wat letters
gekalkt met stoepkrijt, in van die misselijkmakende vrolijke kleurtjes.
'Kijk naar jezelf, dikzak!' stond er.
Het is waar, dacht ik, en staarde naar
de stoeptegels. De maatschappij is inderdaad verhard. Het begint bij
de volwassenen, en het eindigt bij de jeugd.
En de jeugd heeft de toekomst, dus dat belooft wat.
En de jeugd heeft de toekomst, dus dat belooft wat.
We kwamen langs wat onbenullige
winkeltjes, en ook langs een paar benullige.
Ik versnelde mijn pas en liep richting
onverharde weg. Nou ja, onverharde weg, het was om precies te zijn
een grindpaadje. We begonnen zo zoetjes aan het stadshart te
verlaten.
Stadshart, dacht ik schamper. Alsof
deze stad überhaupt een hart heeft. En hoezo zou dit gedeelte wel
een hart hebben, en de rest van de stad niet.
Hypocriet.
Hypocriet.
Net alsof alles hierbuiten een
meedogenloos gedeelte van de stad is, ofzo.
Dat is het wel hoor, daar niet van. Maar daar vormt het centrale gedeelte van de stad geen uitzondering op.
Dat is het wel hoor, daar niet van. Maar daar vormt het centrale gedeelte van de stad geen uitzondering op.
'Hoe heet je eigenlijk?' vroeg ik de
man die naast me liep.
Dat was ik tijdens het eten nog
vergeten te vragen. En daarvoor ook. Ik vergeet soms dingen, weet je.
Ja, ook ik vergeet weleens
dingen, weet je.
'Ringo' antwoordde hij.
'Ah!' zei ik, en gaf hem een veelbetekenende blik.
'Ik snap het al'.
'Ik snap het al'.
'Wat snap je', vroeg de man, die bij
navraag Ringo bleek te heten.
'Jij bent de vroegere imaginaire vriend
van mijn broer!'.
'Dat klopt' zei hij. 'Hoe weet je
dat?'.
'Gokje' antwoordde ik.
We hadden het stadshart nu definitief
verlaten, en waren nog maar een kilometer of drie verwijdert van mijn huis.
'En', informeerde hij 'heb je al een
nat poesje?'
'Bijna' zei ik.
We stonden stil voor het rode
stoplicht.
'Weet je trouwens waar de afkorting
'Hit' voor staat bij de Hitkrant?' vroeg ik opeens.
Ik weet zelf ook niet hoe ik daar
zomaar op kwam.
'Nee, jij?' vroeg hij.
'Ja' zei ik, en keek even om mij heen.
'Het is een afkorting van Hitler'.
Het stoplicht sprong op groen.
'Dat meen je niet!' riep Ringo uit.
© Jiska de Vries 2012
Geen opmerkingen:
Een reactie posten