Enige uren later lag hij naast mij in
bed.
'Dit is wel heel erg Freud' zei ik.
Ik doelde op het feit dat hij dertig
jaar ouder was dan ik.
'Who cares' zei Ringo.
'Freud cares' mompelde ik, en staarde
naar het plafond.
De volgende morgen werd ik wakker en
Ringo was verdwenen.
Dat was alleen maar goed. Dat wilde ik
ook.
Ik bedoel, naar bed gaan met je
imaginaire vriend, à la.
Maar ernaast wakker worden? Nee, dat
gaat te ver.
Zelfs mij, ja. Ook mij gaan dingen te
ver.
Na het ontbijt ging ik hardlopen. Want
hardlopers, dat zijn doodlopers.
Dus dat komt goed uit.
Toen ik op de terugweg stilstond bij
het stoplicht, kwamen twee meisjes op de fiets voorbij.
'Ok, tot de volgende keer!' riep de één, die doorfietste,
terwijl de ander afsloeg richting stoplicht.
'Tot de volgende keer...'
'….Rabarber!' zei de ander.
'Rabarber!'
Eenmaal thuis vond ik dat het tijd werd
mij te bezinnen op mijn afspraakje met Kniesoor. Ik had echt zo'n zin
om wraak te nemen. Om gewoon niet op te komen dagen op het moment
dat we een afspraakje hadden. Normaal ben ik helemaal niet
wraakzuchtig, maar deze jongen, die maakte het er gewoon naar.
Toch wist ik het nog niet zo zeker. Was
het niet een veel beter idee om hem in zijn gezicht te spugen, of
iets dergelijks? Of gewoon helemaal niets te doen. Gewoon te
doen alsof er niets gebeurt was?
De dag dat het zover was besloot ik
toch te gaan.
Het genieten van de macht die
ik had gevoeld toen ik me alleen maar voorstelde dat ik hem zou laten
zitten, had me al genoeg voldoening gegeven.
Ik stond nog bij mijn fiets of ik zag
hem wel zitten, en hij zag mij wel staan.
'Hey sukkel!' riep ik enthousiast, en
zwaaide er bij.
Hij zwaaide niet eens terug, de schurk.
Hij zwaaide niet eens terug, de schurk.
Terwijl ik mijn fiets op slot zette,
zong ik zachtjes in mezelf 'Kniesoor, heb jij een masker op? Oh nee,
het is je kankerkop'.
Hoe kom ik daar nou weer op? Zei ik in
gedachten tegen mezelf.
Soms weet je in deze wereld gewoon van
gekkigheid niet hoe je aan de dingen komt.
'Zielenarmoe' gonsde het in mijn hoofd.
Een zware kerkklok. Dong. Dong. Dong.Dong.
Zie-len-ar-moe.
Zie-len-ar-moe.
Helemaal niet, zei ik tegen mezelf.
Gewoon toeval.
En teveel 'Oh, oh Cherso' gekeken.
Ik liep naar Kniesoor toe.
© Jiska de Vries 2012
Geen opmerkingen:
Een reactie posten