woensdag 13 november 2013

Hitler VI

Enige uren later lag hij naast mij in bed.
'Dit is wel heel erg Freud' zei ik.
Ik doelde op het feit dat hij dertig jaar ouder was dan ik.
'Who cares' zei Ringo.
'Freud cares' mompelde ik, en staarde naar het plafond.
De volgende morgen werd ik wakker en Ringo was verdwenen.
Dat was alleen maar goed. Dat wilde ik ook.
Ik bedoel, naar bed gaan met je imaginaire vriend, à la.
Maar ernaast wakker worden? Nee, dat gaat te ver.
Zelfs mij, ja. Ook mij gaan dingen te ver.
Na het ontbijt ging ik hardlopen. Want hardlopers, dat zijn doodlopers.
Dus dat komt goed uit.
Toen ik op de terugweg stilstond bij het stoplicht, kwamen twee meisjes op de fiets voorbij.
'Ok, tot de volgende keer!' riep de één, die doorfietste, terwijl de ander afsloeg richting stoplicht.
'Tot de volgende keer...'
'….Rabarber!' zei de ander.
'Rabarber!'
Eenmaal thuis vond ik dat het tijd werd mij te bezinnen op mijn afspraakje met Kniesoor. Ik had echt zo'n zin om wraak te nemen. Om gewoon niet op te komen dagen op het moment dat we een afspraakje hadden. Normaal ben ik helemaal niet wraakzuchtig, maar deze jongen, die maakte het er gewoon naar.
Toch wist ik het nog niet zo zeker. Was het niet een veel beter idee om hem in zijn gezicht te spugen, of iets dergelijks? Of gewoon helemaal niets te doen. Gewoon te doen alsof er niets gebeurt was?
De dag dat het zover was besloot ik toch te gaan.
Het genieten van de macht die ik had gevoeld toen ik me alleen maar voorstelde dat ik hem zou laten zitten, had me al genoeg voldoening gegeven. 
Ik stond nog bij mijn fiets of ik zag hem wel zitten, en hij zag mij wel staan.
'Hey sukkel!' riep ik enthousiast, en zwaaide er bij.
Hij zwaaide niet eens terug, de schurk.
Terwijl ik mijn fiets op slot zette, zong ik zachtjes in mezelf 'Kniesoor, heb jij een masker op? Oh nee, het is je kankerkop'.
Hoe kom ik daar nou weer op? Zei ik in gedachten tegen mezelf.
Soms weet je in deze wereld gewoon van gekkigheid niet hoe je aan de dingen komt.
'Zielenarmoe' gonsde het in mijn hoofd.
Een zware kerkklok. Dong. Dong. Dong.Dong.
Zie-len-ar-moe.

Helemaal niet, zei ik tegen mezelf.
Gewoon toeval.
En teveel 'Oh, oh Cherso' gekeken.
Ik liep naar Kniesoor toe.

© Jiska de Vries 2012

Geen opmerkingen:

Een reactie posten