Drukte op het knopje en wachtte tot de
lift kwam.
Toen de lift er eenmaal was duwde ik de
deur open, en drukte op het knopje '3'.
Bovenin las ik het merk van de
fabrikant van de lift. SCHINDLER. 'Schindler's lift', dacht ik, 'dat
heb ik weer'.
Ik liep naar Tel Aviv. Tel Aviv, God
mag weten waarom het zo heet. Maar God vertelt mij nooit wat.
Tel Aviv is een soort loze ruimte
tussen de fotografieafdeling en de studio's. Ooit, tien jaar geleden
ongeveer, was er in een deel van die ruimte nog een kleurendoka en
stonden er in de ruimte allemaal muurtjes met barretjes waar je je
verse zelf afgedrukte fotootjes kon bekijken, negatieven kon
rangschikken of gewoon domweg een boterham op eten.
Wel oppassen met de kruimels
natuurlijk, want je weet, bij de afdeling fotografie zitten over het
algemeen heel wat zeurmeisjes die gelijk begin te zeuren wanneer een
kruimeltje ook maar in de buurt komt van hun óh
zó fragiele en
onschendbare lieftallige fotootje.
Ja, beste mensen, het is een heel apart
volk, die fotografen, ik kan er boek over schrijven, maar dat doe ik
niet, dat zou teveel eer zijn. Maar, zult u nu zeggen, u bent toch
zelf ook een fotograaf? Ja, dat pleeg ik inderdaad te zijn ja. Ik ben
alleen meer dan dat. Véél
meer zelfs. Dat durf ik rustig te zeggen.
Maar wat gedrag betreft lijk ik er in
de verste verte niet op, en verder wens ik er ook niet mee
geassocieerd te worden danwel aangesproken als zijnde 'één
van hen'. Dat u dat even weet.
Nog één
ding, en dan hou ik erover op, want dit is niet goed voor mijn hart.
Die onderwerpen! Die onderwerpen van
hun foto's zijn over het algemeen verschrikkelijk. Wat zeg ik?
Afschuwelijk, weerzinwekkend zelfs!
Zielige mensen, zielige mensen, en nog
eens zielige mensen. Zielige mensen van veraf, zielige mensen van
dichtbij, zielige mensen terwijl ze zogenaamd tv kijken, etc. En
natuurlijk: de zielige dieren, niet te vergeten.
Het verbaast mij eigenlijk dat ze mij
nooit hebben gefotografeerd. Ik bedoel, als je een schoolvoorbeeld
wilt van 'een zielige' dan ben ik het. Maar nee, ze zien mij niet, ze
zien mij nooit, want ze kijken niet eens. Misschien ben ik daar wel
het meest kwaad over.
Maar goed, ik dwaal af.
Hongerige Wolf zat al aan een tafel
achter zijn laptoppiejoppie.
'He Jis' zei hij toen ik aan kwam
lopen.
Ik heet Jiska, Godverdomme nog aan toe,
dacht ik, maar ik besloot me bescheiden op te stellen. Ik was er net.
'Hoi' zei ik daarom terug, mijn handen
in onschuld wassend.
Ik keek naar de muur en die was wit.
Bijna alle muren op mijn school zijn wit. Muren in films zijn vaak
mintgroen, heb ik gemerkt.
© Jiska de Vries 2012
© Jiska de Vries 2012
Geen opmerkingen:
Een reactie posten