De man die tegenover mij zat keek mij
doordringend aan.
'Behalve met Hitler' zei ik.
'Dan ben je heus niet de de enige hoor'
antwoordde hij.
'Ja DUH. Dat weet ik ook wel. Je hoeft
niet te doen alsof ik nergens iets vanaf weet' zei ik chagrijnig. Het
was de tijd van de maand.
De ober kwam eraan.
'Mevrouw hier denkt dat ik denk dat zij
van niets weet' zei hij die tegenover mij zat.
De ober glimlachte vriendelijk.
Ik begreep de hint, en bestelde een
bitter lemon.
We keuvelden nog wat na over de film.
'Weet je wie ik pas echt een kutwijf
vindt?' zei hij plotseling.
'Nee' zei ik.
De man tegenover mij boog geheimzinnig
naar me toe en fluisterde 'Hummie van de Tonnekreek'.
'Hum-wie?!' riep ik.
'Sssst' zei de man.
De ober kwam eraan en vroeg: 'de bitter
lemon?'
Wat is dat nou weer voor vraag, denk
ik. En waarom onthouden die obers van tegenwoordig nooit meer wat.
Hij stond hier drie minuten geleden nog godverdomme.
De man tegenover mij wees naar mij en
de ober begreep het.
Ik kreeg eerst mijn bitter lemon, de
man tegenover mij daarna zijn cognacje.
'Vele laatsten zullen de eersten zijn'
zei de man.
'Nee, het is andersom' zei ik.
'Vele eersten zullen de laatsten zijn'.
'We zullen wel zien' zei de man en
klokte binnen no time zijn cognacje weg.
'Maar hoe zit dat nou met Hummie?'
vroeg ik.
'Hmmmm....hmm' humde hij.
Daarna kuchte hij even en zei: 'Ik heb
met Hummie gewoon een beetje wat jij met Hitler hebt'.
'Ik héb helemaal niets met Hitler!'
schreeuwde ik.
'Sssst' zei de man.
Het was al te laat, alle mensen van het
terras keken naar mij, het Hitlerwijf.
'Griezelig' zei ik, wat meer timide dit
keer.
'Wat precies?' vroeg de man tegenover
mij.
'Niets, laat maar' zei ik, brak een
stuk chocola af en deed het in mijn mond.
'Kijk' zei de man.
Ik kijk al, dacht ik. De hele
godganselijke dag kijk ik al.
Net als Hitler.
Die keek ook altijd.
© Jiska de Vries 2012
Geen opmerkingen:
Een reactie posten