woensdag 13 november 2013

Hitler XIX

'Heel blij' zei Ringo en hij trachtte mij te omhelzen.
Maar ik kon hem nog net ontwijken en pakte mijn mobiel, om te veinzen dat ik een heel belangrijk bericht verwachtte. Overigens niet geheel geveinsd; want wij mensen verwachten immers in zekere zin altijd een belangrijk bericht. Dat is de reden, dat wij mensen 's avonds naar bed gaan en 's ochtends, bij het zonnegloren, opstaan en de dag met vreugdevolle zelfkastijding doorstaan.
Dat van die zelfkastijding zijn de meesten zich niet bewust, althans, de minder begaafden onder ons, en dat zijn de meesten.
'Weer niets!' riep ik uit en ik veinsde teleurstelling. Hoewel ook deze teleurstelling uiteraard niet volledig geveinsd was, kan ik u vertellen vanuit een eerlijk en open hart. Want natuurlijk is het zo dat de mens in principe graag wil dat hem iets belangrijks wordt medegedeeld. Hoe, dat maakt niet uit, en de intrinsieke waarde van de boodschap al evenmin.
Het gaat erom, dat het belangrijk is, en het liefst nog van geheime aard. Dan voelen wij mensen ons – en ik spreek nu even voor ons allemaal – vereerd, en bovenal bijzonder, en een individueel. En dat gevoel, dat is waar sommige mensen letterlijk een moord voor plegen. Alleen maar vanwege het feit dat alleen zij dan weten dat zij iemand vermoord hebben, en de rest niet.
Dan voelt de mens in kwestie zich bijzonder, al is zo'n daad dan nog van zo'n kwaadaardige en huiveringwekkende aard. Het gaat om dat individualiteitsgevoel. Althans, voor de mens uit deze tijd. Voor een mens uit, laat ik zeggen, de Gouden Eeuw, liggen die zaken toch weer net een tikje anders. Wat zeg ik, een tikje, nee, ik bedoel, voor die mens in kwestie liggen de zaken echt verdraaid anders. Ik zal u echter met de verhalen die ik daarover vertellen kan, niet vermoeien, want zoals u wellicht weet, zitten wij momenteel middenin een verhaal en het zou zonde zijn daar zo'n lange pauze in te lasten, dat u van ongeduld op uw knokkels zult gaan bijten.
Nee, zo'n individualistisch persoon ben ik niet. Niet zo individualistisch als de moderne mens vaak pleegt te zijn. Daar valt weinig optimistisch over aan te merken, overigens.
Genoeg, genoeg hierover.
'Waarom doe je nou zo?' vroeg Ringo en ik zei 'Hoe...zo?'
'Zo ontwijkend'.
'Zo doe ik toch altijd' probeerde ik, maar Ringo bleek echt op zijn tenen getrapt dit keer.
'Weet je, ik heb hier geen zin in, ik ga weg' zei hij met een getergde blik.
'Ja, ga maar' zei ik, en liep alvast naar de deur.
Hierop leek Ringo zich nog bozer te maken, en liep met venijnige pas richting de deur.
Ik keek hoe hij, met afgezakte schouders – hetgeen ik toch wel een beetje zielig vond – de bocht om liep.
'Lafaard!' riep ik hem na en bleef in de deuropening staan kijken.
Achter mij hoorde ik het welbekende deuntje opdoemen. 'De tijd van onbezorgdheid is voorbij', en ik werd stante pede gegijzeld door een golf van melancholie.
'Wat zei je?' riep Ringo, die vanachter de straathoek vandaan kwam.



© Jiska de Vries 2013    

Geen opmerkingen:

Een reactie posten