Met Herman den Blijker op mijn netvlies
liep ik stug door.
Mocht met mijn voeten niet op de lijntjes van de
straatstenen komen. Anders zou ik in de hel komen.
'Ik vind Kakhiel echt geen hol aan' zei
ik toen ik Dr. Fellatio, oftewel Kakhiel, tegenkwam, die zich op dat moment net op zijn
hoogtepunt bevond. Qua succes, bedoel ik.
'Dondert mij dat nou' antwoordde hij,
en liep fluks heen, richting de Mac Donalds.
'Ja, ga je problemen maar weer
wegeten!' riep ik hem nijdig na. Waarom ik ineens zo nijdig was weet
ik eigenlijk ook niet.
Daarna pakte ik mijn fiets om naar de
dokter te gaan.
Het was verrekte koud.
Eenmaal bij de dokter lag ik al snel
met mijn benen wijd. Voor het baarmoederhalskankerbevolkingsonderzoek. Leuk woord voor Scrabble.
Het was voor mij de eerste keer dat ik
een uitstrijkje liet maken. Ik hoorde nu ook bij De Club van
Ingewijden.
Toen ik daar lag op die tafel sprak ik
met mijzelf af dat als de assistente onrustige cellen zou vinden
of iets dergelijks, en daar dan ernstig bij zou kijken, ik uit zou
roepen: 'die kankerkanker ook altijd!'.
En zij zou dan in lachen uitbarsten.
'Het is voor jou de eerste keer hé?'
zei de assistente, met een toontje alsof ik een klein kleutertje was.
Dat heb ik vaker bij mensen, dat ze doen alsof ik een
heel klein kindje ben.
Ik knikte van 'ja', en een lichte trots
maakte zich van mij meester. Bedacht
mij dat ik die nacht misschien wel een gulden onder mijn kussen zou
krijgen van de tandenfee. De tandenfee die als bijbaan ook dit soort
klusjes op zich neemt, want ja, ook aan feeën gaat de crisis niet voorbij natuurlijk. Ook al wordt je 's nachts dubbel betaalt; het blijft het sappelen.
De assistente pakte een gereedschap uit
een kastje, en zei: 'Ik ga je géén
pijn doen'. Dit klonk als een dreigement, maar ik besloot haar op haar woord te
geloven. Toen ze echter dat
vehikel, het speculum, bij mij binnenbracht deed het verschrikkelijk
pijn en gilde ik het zowat uit. 'Hou
toch je snavel, eendenbek' dacht ik wanhopig.
Na
nog een aantal maal proberen van haar kant en wat schreeuwen van de
mijne, ging de assistente op zoek naar een kinderspeculum.
Mijn trots was
natuurlijk op slag verdwenen, dat begrijpt u wel. Met
het kinderspeculum ging het wel geheel pijnloos, dus blijkbaar ben ik
wat baarmoederhals betreft wat kinderachtig. Zo leer je ook weer gelijk dingen over jezelf weet je.
En
nu het goede nieuws: ik had geen kanker. Althans,
niet in mijn baarmoederhals. Over de rest van mijn lichaam werd in de
betreffende brief vakkundig gezwegen. Weet niet of dat een goed teken is.
Aan het eind van het hele gebeuren zei de assistente: 'Heb je
nog vragen?'.
Ik
zei: 'Ja.' Schraapte mijn keel. Die was droog geworden door alle
angst die ik had moeten doorstaan.
'Als
het aan de kat lag, wat kocht ze dan?'
©
Jiska de Vries 2012
Geen opmerkingen:
Een reactie posten