'Niks, laat maar' zei ik, toen hij
dichterbij kwam.
'Jawel, nu wil ik het weten ook!' zei
Ringo, en hij was kwaad, hetgeen niet vaak voorkomt, daar hij
doorgaans te lui is, of te flegmatisch, hoe je het ook wilt bekijken,
om ook maar iets van gevoel naar boven te laten borrelen, laat staan
dat het zijn mond weet te bereiken.
'Ik zei lafaard, maar ik meende het
niet' zei ik schuldbewust.
'Je weet dat je mij daar erg mee
kwetst' antwoordde Ringo.
'Ja, dat weet ik, maar weet je,
eigenlijk bedoel ik mezelf. Ik vind mezelf een lafaard, maar omdat ik
mezelf niet kon aanzien in dat licht, besloot ik in een fractie van
een seconde, dat ik als het ware het kots van mijn eigen licht des aanschijns, of
eigenlijk schaduw des aanschijns, aan jou zou offreren. Op een verwrongen dienblad.'
'Ten koste van mij?' vroeg Ringo, en
zijn ogen stonden verdrietig.
'Ten koste van jou ja' zei ik, en
barstte in huilen uit.
Ringo sloeg zijn armen om mij heen en
troostte mij.
Daardoor voelde ik mij nog slechter. Ik
beging een verderfelijke misstap en liet mij door nota bene het
slachtoffer zelf, troosten.
We gingen naar binnen, en vervolgens nam
Goede Tijden Slechte Tijden onze volledige aandacht in
beslag.
Toen het was afgelopen, vroeg ik aan
Ringo: 'Is het heel verontrustend als ik mezelf al te zeer herken in
de hoofdpersoon van het boek 'De Idioot'?'.
'Je bedoelt de idioot zelf?' vroeg
Ringo, en ik knikte ongeduldig van 'ja'.
'Wel' begon Ringo gewichtig.
'Het is maar hoe je het bekijkt
natuurlijk...'.
'Ja' zei ik, legde het ene been over
mijn andere been en keek onrustig in de verte, alsof ik daar het
antwoord zou vinden.
'Ik bedoel natuurlijk zonder
paradigmaverschuiving, gewoon, vanuit je huidige paradigma bekeken,
is het dan verontrustend?'.
'Nou ja, in zekere zin wel' zei Ringo.
'Zie je, dat dacht ik dus al' zei ik ,
en zette de teeveej uit.
Plotseling werd er aangebeld.
Zowel Ringo als ik keken verbaasd op.
© Jiska de Vries 2013
© Jiska de Vries 2013